| Hoewel het
Vierwindenhuis bouwtechnisch geen noviteiten kent, is het een interessant
project vanwege twee belangrijke invalshoeken. Enerzijds verenigt het plan vele
in de woningbouw gebruikelijke elementen -van de gangbare technische
installatie tot het gebruikelijke dubbele glas-, anderzijds is het een directe
architectonische vertaling van een diepgaande filosofie. Bovendien heeft het
project een lange voorgeschiedenis en de afgelopen tien jaar diverse
transformaties ondergaan.
Het Vierwindenhuis is georiënteerd op de Poolster. In zijn boek 'Het
laatste vliegend tapijt-De avonturen van Jean-Pierre schrijft Elders over de
Poolster: 'De Poolster geeft je houvast, omdat hij altijd de Noordpool
aanwijst. Daarom heet hij de Poolster. En in tegenstelling tot de zon en de
maan, bevindt hij zich altijd op dezelfde plaats.' Het ontwerp van het Vierwindenhuis is gebaseerd op twee carrés: een
buitencarré en een verkeerscarré die diagonaal ten opzichte van
elkaar zijn verschoven over de noordzuid-as. Het plan omvat 89
koopappartementen; vier centrale hallen -gelegen op de diagonalen van het
vierkant-; bedrijfsruimten op de begane grond en enkele ateliers op de
verdiepingen. De appartementen variëren van twee tot en met vijf kamers.
Deze zijn gegroepeerd in vier vleugels rond een binnenplein van circa 25x25
meter, die onderling spiraalvormig oplopen. Deze spiraalvorming -met telkens
een verschil van 70 centimeter- brengt met zich mee dat de niveaus van de
verdiepingen onderling van elkaar verschillen. De terrasvormige opbouw zorgt
niet alleen voor ongeveer 2000 vierkante meter zonnig gelegen terrassen op het
zuidoosten en -westen, maar biedt tegelijk een eigen toegang tot alle kamers,
naast de gangbare ontsluitingen via vier centraal gelegen trappenhuizen. De
entrees tot de trappenhuizen zijn geplaatst aan de uiteinden van de
noordzuid-as en de oostwest-as: vandaar de naam 'Vierwindenhuis'. Achter het
noordelijke trappenhuis bevindt zich een lift. De naam van het plan verwijst
naar de Oosterkerk aan het begin van het schiereiland Wittenburg. De Oosterkerk
zelf hoort met de Zuider-, Wester- en Noorderkerk tot de vier kerken die de
vier windrichtingen van de stad markeren.
Vier oerelementen
Een ander belangrijk gegeven, waarin het
Vierwindenhuis zich van de gangbare woningbouw onderscheidt, is dat elke
vleugel een gemeenschappelijke ruimte heeft. Deze grote, op de vier hoeken
gesitueerde hallen verwijzen naar één van de vier oerelementen.
Zo symboliseert de groene Noordhal het water; de gele Oosthal de aarde; de
blauwe Zuidhal de lucht en de rode Westhal het vuur. De vier hallen hebben een
oppervlakte van 8x8 meter en een hoogte van 23 meter. De bewoners eigenaren,
die zich hebben georganiseerd in de Vereniging Vierwindenhuis, zullen de hallen
en het binnenterrein een bestemming geven en gaan beheren. Gedacht wordt aan
een fontein in de Noordhal. In de Oosthal is een wintertuin gepland, terwijl de
Westhal een café zal gaan bevatten. De blauwe Zuidhal, die is bestemd
voor een vergaderzaal annex theatertje, is de enige hal waarvan de vorm niet
gebaseerd is op een driehoek maar op een vierkant.
De Oosthoek - aarde- heeft een grof gemetselde buitengevel.
Frassinelli heeft ter plekke als een echte 'bouwheer' op de steiger gestaan en
voorgedaan wat de bedoeling was. De uitvoerende metselaar heeft vervolgens naar
eigen inzicht het verloop van grof naar fijn ingevuld.
Om inzicht te krijgen in de filosofische uitgangspunten van het
Vierwindenhuis -zowel de combinatie van privacy en gemeenschappelijkheid als de
verwijzing naar de oerelementen- moeten we terug naar het begin van de jaren
zeventig. In het Noord-Hollandse Warder werd onder de titel 'Aarde Water Vuur
Lucht" rond een boerderij een experimenteel kunst-landschapsproject
gestart dat volgens initiatiefnemer Fons Elders 'zowel qua ruimtelijke omgeving
als qua vorm en betekenis ver buiten de gangbare verwachtingen valt. Een
hooggeïndustrialiseerde stedelijke samenleving leeft noodzakelijk op
gespannen voet met de natuur. Een landschapsproject als het onze is zelf een
gevolg van de vervreemde verhouding tussen mensen en natuur', aldus Elders die
momenteel hoogleraar is aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht.
Plattegronden Vierwindenhuis:
- Woonkamer
- Slaapkamer
- Keuken
- Badkamer
(Klik om te vergroten)
. Mamadoe
Traoré
Naast het landschapsproject, dat overigens nu 20
jaar later nog steeds 'levend' is, spelen twee persoonlijke ervaringen van de
filosoof een rol bij de totstandkoming van het Vierwindenhuis. Elders: 'Het
verhaal van het Vierwindenhuis begint in januari 1977 in het huis van Mamadoe
Traoré, een antiquair te Mopti, een oude handelsstad aan de Niger in
Mali. We nemen onze intrek in een kamer, die door een deur verbonden is met de
kamer van Mamadoe. Alle kamers van de leden van deze grote familie hebben een
deur die uitkomt op een groot rechthoekig binnenplein, voorzien van een
waterput en een toren. Het toilet boven in de toren maakt de dagelijkse
stoelgang, met de zon of maan als stille getuigen, tot een onderdeel van het
cyclische ritme van dag en nacht. Via een poort heeft de binnenplaats een
verbinding met de straat. De overgang van de markt naar de straat, van de
straat naar het binnenplein en van het binnenplein naar de markt is een
ruimtelijk continuüm, een spiegelbeeld van het sociale gedrag. Alle leden
van het gezin beschikken over een eigen kamer. Soms komt de vrouw van Mamadoe
's avonds de binnenplaats over om met haar man in diens kamer de nacht door te
brengen. De kamers blijken ruimten van personen te zijn, niet van
functies.'
Het
piramidevormige dak van de gesloten zuidhal
Naar aanleiding van zijn ervaringen bij de Traoré's richt Elders in
1979 de Stichting Bolhuis op. De stichting gaat zich inzetten voor een
architectonische en sociale vernieuwing van de omgeving. De naam Bolhuis wordt
ontleend aan een ontwerp van Bert van Hulst die de ideeën van Elders
vertaalt in een bolvorm. In 1981 wordt naast de stichting de Vereniging Bolhuis
opgericht. Doelstelling: het samenbrengen en uitbalanceren van leef- situaties
en organisatiepatronen, die gewoonlijk gezien worden als onverzoenbaar of
onderling tegenstrijdig. Voorbeelden hiervan zijn: zowel verdergaande
individuele privacy als sociale contactmogelijkheden; het samenwonen van
meerdere generaties en diverse typen huishoudens. Concreet wil de vereniging
deze alternatieve woonfilosofie realiseren in een woningplan: het
Vierwindenhuis.
Super-architectuur
De tweede persoonlijke ervaring van Elders, die
van invloed is geweest op de totstandkoming van het Vierwindenhuis, is de
confrontatie met het werk van Piero Frassinelli. Elders bezoekt in het begin
van de jaren tachtig een tentoonstelling van het architectenbureau Superstudio
in de Academie voor Beeldende Kunsten te Florence.
Elders: 'Terwijl ik verbijsterd mijn weg zoek door deze tentoonstelling van
superarchitectuur, zie ik het volgende ontwerp: woningen, gegroepeerd in een
hoefijzervorm, trapsgewijs in het heuvellandschap oplopend met een eenvoudige,
maar prachtige centrale ontsluiting, waar ook aan de privacy van de mensen
gedacht was. De architect heet Piero Frassinelli.'
Frassinelli startte op verzoek van Stichting Bolhuis nog datzelfde jaar met
het ontwerpen van het Vierwindenhuis. Dit op basis van een beknopt programma
van eisen, geformuleerd door de ontwerpcommissie van Vereniging Bolhuis. Het
pve, enkele foto's van het terrein, brieven en telefoongesprekken plus Elders'
boek 'Lucht Water Vuur Aarde' wezen hem de weg. Zoals in het bijgaande
'Illustratieve Relatie' gelezen kan worden, heeft Frassinelli de volgende
stappen gezet in het ontwerpproces: oriëntatie van het gebouw;
dimensionering; de kolom als constructie-beginsel en het huis als heuvel. Deze
heldere methodiek van werken heeft het hem mogelijk gemaakt het plan
verschillende keren volledig opnieuw te tekenen, zonder deze oorspronkelijke
stappen, die ieder op zich een beslissing inhielden met veel gevolgen, te
hoeven herroepen.
Het ontwierp en de bouwplannen van het Vierwindenhuis hebben in de jaren
tachtig diverse transformaties ondergaan. Om dit te illustreren: het
uiteindelijk gerealiseerde plan is het Vierwindenhuis in zijn zesde gedaante.
De belangrijkste wijzigingen die in die tijd zijn doorgevoerd, zijn de
volgende. Allereerst het loslaten van de constructie op basis van kolommen; dit
vanwege de te hoge kosten. De hoeveelheid binnentredend daglicht werd vergroot.
Om kostentechnische redenen werd verder het aantal woningen van 60 vergroot
naar 89. De vierde belangrijke wijziging heeft betrekking op de
noordwest-buitengevel. Evenals de zuidwest- en zuidoost-buitengevels kende ook
deze gevel oorspronkelijk een piramidevormige opbouw. Dit werd om
stedebouwkundige redenen losgelaten naar aanleiding van de bouw van een
aangrenzende, 'banaanvormige' flat.
Het laatste punt heeft betrekking op de indeling van de appartementen. Ze
kennen een zogenaamde cellen-indeling als vertaling van het uitgangspunt dat de
ruimten niet van de functie maar van de persoon zijn. Het gaat hierbij om een
woonkamer met daaromheen slaapkamers met ieder een eigen ontsluiting en een
standaard oppervlakte van 4.20x4.20 vierkante meter voor alle ruimten. Hoewel
de indeling in de meeste gevallen kon worden gehandhaafd, heeft men het op
enkele plaatsen moeten veranderen.
Niet zonder slag of stoot
Verantwoordelijk voor de concretisering van het
ontwerp van Frassinelli en de vertaling ervan naar de Nederlandse situatie is
architect Ronald van Duivenbode. Aannemer Nelissen Van Egteren, ontwikkelaar
Banero-Spaarneveste en later aannemer De Nijs hebben zich ook veel inspanningen
getroost. Nelissen Van Egteren was, met zowel extern als intern een investering
van twee ton, hiervan de belangrijkste. In die tijd zag het er ook
daadwerkelijk naar uit dat het project gerealiseerd zou worden. De eerste paal
van het Vierwindenhuis was zelfs gepland op 23 mei 1987. De bouw ging echter
niet door omdat eerst Nelissen van Egteren en later Banero Spaarneveste -beide
onderdeel van de holding Amstelland- zich terugtrokken. Door de overmaat aan
buitenruimte en de vier centrale hallen bleef men met een te risicovol gat van
enkele tonnen in de begroting zitten. Mede vanwege de 'bezetenheid' van Elders
-die tenslotte al een kleine tien jaar met het initiatief bezig was- werd
onmiddellijk via De Nijs -in de plaats gekomen van Nelissen van Egteren-
contact gezocht met het Bouwfonds. Aardig detail: het Bouwfonds had reeds in
1979 aangegeven niet geïnteresseerd te zijn in het Bolhuis van Van Hulst
en zelfs in een later stadium 'nee' gezegd tegen de realisatie van
één van de eerdere gedaanten van het Vierwindenhuis.
Dat het Vierwindenhuis er toch gekomen is, wordt door initiatiefnemer Elders
een wonder genoemd. Na jaren van lobbyen, touwtrekken, toezeggingen en
afwijzingen kon het project met behulp van het Bouwfonds worden gerealiseerd.
Toch verliepen ook de onderhandelingen met het Bouwfonds niet zonder slag of
stoot. Elders en Frassinelli hielden op essentiële punten vast aan het
ontwerp, terwijl er voor het Bouwfonds grofweg vijf problemen waren, die
overwonnen moesten worden, voordat zij in het project wilden stappen.
Allereerst was een voorwaarde dat niet Stichting het Vierwindenhuis maar het
Bouwfonds als opdrachtgever zou gaan fungeren. Daarbij moest vooraf zekerheid
zijn over een percentage van 60 procent aan verkochte woningen. Hoewel
uiteindelijk niet meer dan 25 van de 89 woningen waren verkocht, ging het
project, met name uit pr-overwegingen en vanwege de grote uitdaging, toch door.
Een tweede obstakel dat uit de weg moest worden geruimd, waren de hoge
stichtingskosten van de bedrijfsruimten, die gepland waren op met name de
begane grond. Deze konden met behulp van subsidies van het Ministerie van
Economische Zaken worden afgetopt.
Een ander probleem was het gegeven dat de vier hallen buiten de
stichtingskosten waren gehouden. Voor 42 woningen gold de premie A-regeling,
terwijl voor de overige 47 woningen de premie D-regeling voor stadsgebieden
gold. Door (een deel) van de hallen bij de regeling te betrekken zouden de
woningen te duur worden. De oplossing werd mede gevonden doordat de premie
D-regeling in 1988 zou komen te vervallen en alle overige regelingen op het
punt stonden te worden gewijzigd. Door de premie D-regeling van 1987 om te
zetten in de premie C-regeling (met een hogere stichtingskostengrens) kon ook
dit worden opgelost. Iets anders dat op het gebied van de premies speelde, was
dat de eerste bouwplannen niet voldeden aan de bouwverordening. Gelukkig kon op
diverse punten vrijstelling worden verkregen van de gemeente. Met name het
laten vallen van de eis van bergingen op de begane grond was belangrijk.
Een vierde obstakel voor het Bouwfonds was een gat van zeven ton in de
financiële opzet van de initiatiefnemers. Naast genoemde subsidies en
regelingen kon dit door een subsidie uit het Stadsvernieuwingsfonds en een
aantal aderlatingen, door zowel het Bouwfonds als De Nijs, worden weggewerkt.
Het laatste, maar zeker niet onbelangrijkste probleem, was dat volgens het
Bouwfonds de concrete, technische uitvoering van de plannen op diverse punten
te wensen overliet. Hier wordt in het artikel 'De filosofie bebouwd' dieper op
ingegaan.
Tevreden
De bouw van het Vierwindenhuis startte een
kleine tien jaar na de oprichting van Stichting Bolhuis; in mei 1988. Het wordt
deze maand (april 1990) opgeleverd. Eigenlijk is er maar één
persoon die de vraag of het project geslaagd te noemen is, kan beantwoorden:
initiatiefnemer Fons Elders. 'Op enkele details na, ben ik tevreden over het
Vierwindenhuis, zoals het er nu staat. Het integreren van de drie niveaus van
kosmologie, sociaal gedrag en architectuur was het gecompliceerde uitgangspunt.
Het integreren hield een poging in enkele van de vele contradicties, die men in
de dagelijkse praktijk van architectuur en stedebouw tegenkomt, te verzoenen.
Dat is gelukt. Om een voorbeeld te noemen: de appartementen bieden de bewoners
meer privacy door de directe bereikbaarheid van de kamers van buitenaf, terwijl
de diverse sociaal-culturele activiteiten en algemene voorzieningen in het
Vierwindenhuis de mogelijkheid tot sociale contacten vergroten zonder hen
dwingend te maken. Kinderen kunnen het gebouw beklimmen, alsof het een apenrots
is. Ze kunnen spelen op de binnenplaats en muziek en theater organiseren in de
Zuidhal met hun ouders en buren als publiek.
De groene Noordhal. In deze hal is een fontein van water gepland (klik om
te vergroten)
Piero Frassinelli heeft zijn ontwerp tot zesmaal toe herzien, waarvan het
eerste dateert van de zomer van 1982. Die veranderingen waren het gevolg van
wensen van toekomstige bewoners; kritiek van ambtelijke zijde; financiële
bezuinigingen en niet in het minst een toenemend inzicht hoe het
oorspronkelijke programma optimaal kon worden verzoend met de stedebouwkundige
situatie. Ondanks het feit dat Plan VI 25 procent goedkoper is dan plan III
zijn drie van de vier van de oorspronkelijke ontwerpbeslissingen gehandhaafd:
de Poolsteroriëntatie; de 4.20x4.20 module en de piramidische opbouw.
Alleen de constructieve opbouw op basis van kolommen is losgelaten. Het
Vierwindenhuis in zijn zesde gedaante is een gerijpt plan: ontwerp, constructie
en verschillende functies zijn met elkaar vergroeid. Maar oriëntatie,
licht en beweging -de tijdsfactor in de architectuur- kunnen pas echt tot hun
recht komen, wanneer de terrassen en de daken worden gebruikt; wanneer de
mensen in de Westhal eten, terwijl ver boven hun hoofden voorbijgangers op weg
zijn naar of van hun appartement: wanneer de buren van het Vierwindenhuis de
binnenplaats gebruiken als passage om 's avonds op de kade een wandeling te
maken; wanneer het café een trefpunt wordt van de hele buurt; wanneer
het binnenplein een en al leven is op de zaterdagse kunstmarkt. Kortom, alleen
het dagelijks leven kan de werkelijke schoonheid van het Vierwindenhuis tonen.'
BRONNEN
A.A. Ponte, projectleider Bouwfonds Woningbouw
W.H.M. Meuwese, regio-directeur Bouwfonds Woningbouw
Fons Elders, hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek
E. van Duivenbode, architect Van Duivenbode, De Jong & Venhoeven Architecten
Het laatste vliegend tapijt, Fons Elders 1989
Aarde Vuur Water Lucht, Fons Elders 1977
Het Vierwindenhuis, Stichting Bolhuis 1983
Superstudio & Radicals, Superstudio 1982 |
|
ILLUSTRATIEVE RELATIE
PIERO FRASSINELLI OVER ZIJN
ONTWERP
'De eerste stap bij de uitwerking
van het project heeft tot doel om op een bijna rituele manier bezit te nemen
van het bouwterrein. Vanaf de foto's komt het op mij over als een spookachtige,
verlaten en lege ruimte, die nog slechts gekenmerkt wordt door de half
uitgewiste sporen van de aanwezigheid van de mensen, die dit gebied vroeger
gebruikt hebben. Het terrein is een trapezium, dat niet op die plaats bestaat,
maar zich slechts concretiseert op andere plaatsen, in kadasterregisters, in de
geest van onbekende mensen: het is ondergedompeld in een landschap dat niet
meer bestaat vanaf het moment dat men besloten heeft het totaal te veranderen.
Vanaf dat moment wordt het van dag tot dag getransformeerd door het gestaag
verrijzen van nieuwe gebouwen, met het naderbij komen van de stad, zodat,
wanneer het huis er zal staan, het een andere plek zal zijn, volledig
verschillend én verschillend op een nu nog niet te definiëren
manier. Het enige zekere van deze plaats is zijn astronomische positie,
onveranderlijk gefixeerd in het universum, en dit vermindert onze angst een
beetje; van deze overweging zullen wij uitgaan om bezit te nemen van deze
niet-bestaande plaats om hem in een werkelijke plaats te veranderen. We zullen op een zonnige dag bezit nemen van deze plaats. We zullen op de
grond de richting aangeven van onze schaduw, wanneer die op zijn kortst zal
zijn, met deze zeer oude rite zal de bouw beginnen. Wanneer de richting gekozen
is, moeten we de dimensie bepalen. Daarvoor zullen wij als parameter onze
eenzaamheid nemen, die nu eens zo klein is als een gierstkorrel, dan weer zo
groot, dat het universum haar niet kan bevatten en in onze cultuur wordt
gemeten in circa vier bij vier stappen. Men zou deze benadering zeer empirisch
kunnen noemen, maar als miljoenen mensen een kamer van vier bij vier meter
comfortabel achten, wil dat zeggen dat die afmeting op tamelijk gerieflijke
wijze een statistische gemiddelde eenzaamheid bevat. De module van de
structuren wordt dus 4x4 meter. De kolommen zullen tot verschillende hoogte
oprijzen en het spinneweb vormen, waarop het huis geweven zal worden, en het
spinneweb zal naar het zuiden gericht zijn.
Het is moeilijk om met geometrische middelen een gebouw te beschrijven dat
geen architectuur is in de gebruikelijke zin van het woord; iets dat geen vast
volume heeft, noch constant is in tijd, want de interventie van de bewoners zal
zo bepalend zijn dat deze het zal doen veranderen vanaf het moment van de
constructie en vervolgens van dag tot dag, van jaar tot jaar in een
voortdurende inspanning tot aanpassing aan de eigen behoeften, de eigen
verlangens, de eigen fantasieën. Een huis waar binnen en buiten relatieve
begrippen zijn, een huis, waarvan de daken straten en pleinen kunnen zijn; een
huis dat aan de bewakers van de orde getoond kan worden als een normaal
apparatementenhuis, maar dat met zijn omhoog rijkende kolommen op de daken, en
de constructie van de buitentrappen op de daarvoor gunstig gelegen
zonneterrassen zich gemakkelijk transformeert in een huis van vrijheid.
De buitentrappen geven iedere kamer een onafhankelijke verbinding met de
straat en bovendien een doorgang langs de buitenkant van het gebouw vanaf de
grond tot het dak. De gemeen-schappelijke hallen zijn gedacht als
binnenplaatsen, die met eenvoudige structuren van ijzer en glas in zeer korte
tijd kunnen worden afgesloten. De huiskamers zien uit op deze binnen-plaatsen
via grote ramen, die de geluiden en beelden van het gezinsleven laten
doordringen tot de gemeenschappelijke ruimte en de binnenruimten van de huizen
laten communiceren met het leven dat zich in de gemeenschappelijke ruimte
afspeelt. De appartementen zijn dus gedacht als overgangsstructuren tussen
privé (vertegenwoordigd door de kamers met de buitentrappen), de
familie-gemeenschap (de woonkamers en de keukens) en de sociale gemeenschap (de
hallen en de gemeenschappelijke keukens).
Comune Barberino Val d'Elsa; een ontwerp van
Frassinelli.
Woningen, gegroepeerd in een hoefijzervorm, trapsgewijs in het heuvellandschap
oplopend met een eenvoudige, maar prachtige centrale ontsluiting
Het concept van het gebouw als een heuvel, waar men vrijelijk kan wandelen
op alle buitenniveaus, daar het zodanig ontworpen is dat de verdiepingen van
beneden naar boven steeds kleiner worden, is het fundamentele concept van dit
projectvoorstel: het zou verder geaccentueerd kunnen worden bij een nadere
uitwerking van het project door het aanleggen van glooiende graspartijen bij
een gedeelte van de grondetage en door het zodanig accentueren van een deel van
de trappen, die naar de terrassen leiden dat de continuïteit tussen het
terrein en de niveaus van de terrassen vloeiender wordt. Het zoeken naar een
intieme integratie tussen de gebouwen en de open ruimten, die elkaar wederzijds
penetreren, kan de indruk geven dat de open ruimten gering in aantal zijn:
echter, de open ruimten beslaan 35 procent van de oppervlakte ten opzichte van
de voorziene minimale 25 procent van de stedelijke norm, en dit geldt met
inbegrip van de gemeenschappelijke gebouwen (winkels, werkplaatsen,
fietsenstallingen enz.). Bovendien moet men bedenken dat het grootste deel van
de overdekte ruimten alleen op grondniveau voorkomt, zodat daardoor de vrije
ruimten door de zon beschenen worden en niet gehinderd worden door overhangende
volumes. Het doel van een intense integratie tussen de binnen- en buitenruimten
deed mij afzien van de oplossing om de benedenverdieping gedeeltelijk of geheel
op pilaren te zetten. In plaats daarvan zijn in de benedenetages de grootste
appartementen geplaatst, waar gewoonlijk de kinderen leven, die de meest
geïnteresseerden zijn in dit type relatie met de buitenwereld. Het
voorstel dat ik summier heb toegelicht presenteert zich als een algemeen idee,
een benadering van het probleem dat van uw kant eerder op een kritische
discussie dan een aanvaarding (of verwerping) vraagt. Daarom zijn er in deze
fase van het project veel secondaire elementen niet in overweging genomen,
deels van technische, deels van functionele aard. Er zijn ook andere
belangrijke delen, die ik niet ontwikkeld heb door gebrek aan meer
gedetailleerde informatie. Ik heb er voor het moment de voorkeur aan gegeven om
een architectonisch idee te belichten dat tegelijkertijd een idee is van een
verschillende manier van wonen en leven, daar ik er zeker van ben dat met een
zo flexibele oplossing alle praktische en technische behoeften gemakkelijk
bevredigd kunnen worden zonder de geest van het project te veranderen.
Eén van de eerste schetsen van
Frassinelli.
Het Vierwindenhuis gezien vanuit het westen.
De oorspronkelijke constructieve opbouw op basis van kolommen is duidelijk
herkenbaar.
Tot besluit van deze toelichting moet ik u bekennen, dat ik het ontwerpen
van dit gebouw met veel belangstelling ondernomen heb vanwege de mogelijkheden
tot vernieuwing, die het bood, maar zeker ook met een bepaald gevoel van
onbehagen, omdat ik tijdens het ontwerpen het directe contact met u, die erin
zullen leven, erg gemist heb. Voor mij is een gebouw een integrerend deel van
diegene, die erin woont. Het ontwerpen van woningen is mijns inziens veel
persoonlijker dan het maken van kleding of een portret. In dit geval was ik
gedwongen een 'identikit' te maken. Ik hoop van harte dat het gelijkend is. Ik
ben ervan overtuigd, dat het niet om een misdrijf gaat. Het slachtoffer zou,
zoals gewoonlijk, de architectuur zijn.'
Piero Frassinelli, Florence (1-10-'82)
|